Isola Tiberina; een schip vol verhalen

This post is also available in: English (Engels)

Soms liggen eilanden op een plek waar je ze niet verwacht.

In het hectische centrum van Rome deelt de Tiber zich in tweeën om ruimte te maken voor een eiland: Isola Tiberina. Net als  in de rest van de Eeuwige Stad liggen ook hier de legendarische anekdotes voor het oprapen. Aan spektakel en legendarische gruwelijkheden geen gebrek, de werkelijke geschiedenis steekt er vaak bleekjes bij af.

Als een schip ligt Isola Tiberina aangemeerd in een bocht van de rivier, de  betonnen steven vastgeklonken aan een van de pijlers van de Ponte Garibaldi.

Mythische verhalen vertellen over koning Tarquinus Superbus als hoofdpersoon in de ontstaansgeschiedenis van het eiland. Boeren gooiden hier hun graanvoorraad in de Tiber, woedend over het onrechtvaardige beleid van hun heerser. Het graan werd niet meegevoerd door de stroming van de rivier, maar  bleef liggen en vormde zo het Isola Tiberina. Voor wie houdt van de bloeddorstige variant: het zou geen graan zijn geweest, dat in de rivier werd gegooid, maar het lichaam van Tarquinius. Slijk en planten kleefden aan het lijk, dat zo aangroeide tot een eiland.

De waarheid is minder luguber. Net als de rest van Rome bestaat het eiland uit vulkanisch gesteente.

‘Jodenbrug’ of ‘brug met de vier hoofden’, zo wordt de Ponte Fabricio in de volksmond genoemd. De oudste stenen brug van Rome verbindt het Joodse getto van de stad met het eiland. Vier stenen hoofden op de leuning verbeelden twee Januskoppen, de details nauwelijks nog zichtbaar, uitgesleten door de tand des tijds. Of zijn het toch geen Januskoppen, maar de gezichten van de vier architecten die paus Sixtus V liet onthoofden? Het zou hun straf zijn omdat ze het maar niet eens konden worden over restauratiewerkzaamheden van de Ponte Fabricio.

Met meer dan 900 kerken in Rome is het niet verwonderlijk dat ook op het kleine eiland in de Tiber een godshuis staat: de Basilica San Bartolomeo all’Isola. Gewijd aan de Heilige Bartolomeus van Kana, een van Jezus’ apostelen, en martelaar. Levend gevild werd hij, vandaar zijn beeltenissen met een mes, of met zijn afgestroopt vel over zijn arm. Volgens andere geschiedschrijvers zou hij niet zijn gevild maar gekruisigd, ondersteboven, zijn schedel doorkliefd. Die schedel wordt bewaard in de Dom van Frankfurt, zijn gebeente ligt in de basiliek op Isola Tiberina.

Ooit stond op de plek van de Basilica een tempel gewijd aan Asclepius. Hij was de god van de geneeskunde. De legende van dit voorchristelijke heiligdom verhaalt over een schip, dat vanuit het Griekse Epidaurus over de Tiber gevaren kwam, met aan boord een beeld van Asclepius. Of, zoals een andere versie luidt: in het gezelschap van een heilige slang, het symbool van Asclepius. Toen het schip langs Isola Tiberina voer, ontsnapte de (levend geworden) slang en kroop het eiland op. Dat was een overduidelijk teken. Hier moest een tempel worden gebouwd. Om het gebeuren meer kracht bij te zetten, kreeg het  eiland een scheepswand van travertijn en een obelisk, die de scheepsmast van een Romeins galjoen moest voorstellen.  ‘Deliriant isti Romani’: rare jongens, die Romeinen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *